vrijdag 27 maart 2015

Aflaat


Een aflaat is in de Katholieke Kerk een kwijtschelding van straffen die de gelovige in het hiernamaals nog moet uitboeten. Vaak wordt gedacht dat het verlenen van een aflaat Zonden worden in de Kerk vergeven in het sacrament van boete en verzoening. Als een priester de absolutie uitspreekt over de biechteling dan heeft hij die eerst een penitentie opgegeven. Zodra die penitentie is verricht dan zijn de zonden vergeven, wat echter niet wil zeggen dat het kwaad dat door die zonden is aangericht dan is weggepoetst. De Katholieke Kerk leert dat er in het hiernamaals nog een loutering plaatsvindt, voordat de gelovige naar de hemel gaat. Met aflaten kan die loutering worden verminderd, omdat aflaten op zich al louterend werken. Het verschil tussen absolutie en indulgentie wordt wellicht duidelijk aan de hand van de volgende gelijkenis. Een man krijgt ruzie met een vriend van hem. Hij is zo boos dat hij diens televisie uit het raam werpt. Een maand later krijgt de man spijt en vraagt zijn vriend om vergeving. De vriend strijkt over zijn hart en vergeeft hem. Maar daarmee zijn de kosten voor een nieuwe televisie nog niet gecompenseerd. De man vraagt zijn vriend wat hij het liefste wil: een nieuwe televisie of een geldbedrag. De vriend is echter zo barmhartig dat hij zegt geen van beide te willen. Hij heeft de man dus niet alleen vergiffenis geschonken maar hij scheldt ook diens schulden kwijt. De aflaat is gebonden aan een bepaald aantal gebeden. Er is een gedeeltelijke en een volledige aflaat nodig. Voor de volledige aflaat dient met het aflaat werk te verrichten, een extra gebed te bidden voor de intenties van de paus, men dient te biechten en ter communie te gaan. Ook dient men iedere gehechtheid ook aan dagelijkse zonden op te geven. Een aflaat is te verkrijgen voor je zelf of voor je dierbare overledenen.